Samen naar een gesloten circulair circuit

Duurzaamheid en circulaire economie. De industrie heeft er de mond van vol. En terecht, want op weg naar een betere wereld moeten we allemaal een flinke steen bijdragen. De chemiesector op kop. 

De chemiesector wordt vaak aanzien als de moeder van de industrie. Heel wat subsectoren zijn rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van producten die uit deze sector afkomstig zijn. Logisch dat er een bepalende rol moet zijn omtrent circulariteit. “De chemische nijverheid moet een voortrekker worden inzake circulaire economie”, vertelt Brigitte Mouligneau, transitiemanager circulaire economie bij Vlaanderen Circulair (OVAM). “In Vlaanderen zijn er veel chemische bedrijven en we zijn toonaangevend in de biochemie. Als de industrie aanwezig is, moet je ook het goede voorbeeld geven, want het heeft impact op de economie en het milieu. Aangezien sterke bedrijven hier dicht bij elkaar liggen, ben ik ervan overtuigd dat we het potentieel hebben om het nét iets beter te doen dan in andere landen.”

Duurzame verpakkingen

Mouligneau stelt dat de uitdagingen vooral liggen bij verpakkingen. “We mogen niet alleen denken aan recyclage, maar ook aan het hergebruik van materialen. Eigenlijk moeten we per toepassing en per product analyseren wat de meest duurzame verpakking is. Soms kan dat echt plastic zijn, maar dan bijvoorbeeld een hardere soort, die duurzaam en herbruikbaar is. We moeten beseffen dat het beeld van een wegwerpmaatschappij er definitief uit moet. Zoeken naar alternatieven is aan de orde.” 

“De omslag naar een circulaire economie moeten we samen realiseren, door sectoroverschrijdend te werk te gaan.”

Brigitte mouligneau, ovam

Streven naar een netto nul-emissie

Tomas Wyns is projectresearcher Milieu en Duurzame Ontwikkelingen en is verbonden aan de VUB. Hij stelt dat het prioritair is dat de levenscyclus van producten wordt verlengd door circulair te denken: “Bijvoorbeeld aan de hand van het chemisch recycleren van kunststoffen, door polymeren te ontbinden naar basismoleculen. Het voordeel is dat je op het einde van de cyclus geen emissies krijgt omdat je de producten niet moet verbranden. Meer dan de helft van de C02-uitstoot kan worden vermeden door een gesloten circulair circuit. We streven naar een netto-nulemissie en die is enkel te verkrijgen door circulariteit te koppelen aan een internationaal businessmodel.” Mouligneau onderstreept: “De omslag naar een circulaire economie moeten we samen realiseren. Niet alleen door heldere oplossingen te zoeken, maar ook door sectoroverschrijdend te werk te gaan. De chemiesector is een groot deel van het verhaal, maar ook de vele toeleveranciers hebben een rol te vervullen. Als bedrijf A enorm veel CO2 reduceert, maar de grootste toeleveranciers blijft jaarlijks meer CO2 uitstoten, dan blijven we een groot probleem hebben. De chemische sector moet met een gezond verstand kijken naar de partners en, waar mogelijk, de kringloop proberen te sluiten.” 

Circulair denken

Natuurlijk is de chemische industrie erg ruim en moet er gekeken worden naar de bedrijven an sich en welke processen circulair gemaakt kunnen worden. “Toch wordt er ook gekeken naar een draagvlak met brede toepassingen”, vertelt Wyns. “De verwerking van biomassa is daar een goed voorbeeld van. Oplossingen bieden waar de sector en niet enkele bedrijven baat bij hebben, zijn uiteraard prioritair. Kijk, koolstof is niet het probleem, maar we moeten ervoor zorgen dat koolstof geen CO2 wordt. Door producten beter te gebruiken, circulair te denken, langere levenscycli te zoeken en door snel te repareren waar we kunnen.”

2050

Wyns besluit dat 2050 ook hét te halen target is. “Een lagere CO2-emissie is geen probleem van ons alleen, het is een werelds probleem. Goed dat we dan ook even over de grenzen kijken hoe het daar loopt. Groot-Brittannië, Finland, Denemarken en vooral Nederland zijn goed bezig. Onze noorderburen hebben bijvoorbeeld al een plan klaar om tegen 2050 in de Rotterdamse haven naar een nulemissie te evolueren.” Binnen het project Vlaanderen Circulair 2050 stelt de overheid zich ook op. Mouligneau: “Bedrijven die een experimenteel project indienen kunnen een financiële compensatie verkrijgen. Dit jaar alleen al werden 135 projecten ingediend door diverse initiatiefnemers, goed voor een totale subsidie van 11 miljoen euro. Het bewijs dat de industrie er duidelijk mee bezig is.”