Peter Vanacker

‘Onze fout? We denken in te grote stappen. En we polariseren.’

Aan het hoofd van het derde meest duurzame bedrijf ter wereld staat een Belg: Peter Vanacker kreeg grote schoenen te vullen als CEO van Neste, wereldleider in de raffinage van hernieuwbare brandstoffen. Daarvoor hoefde hij geen wollen sokken aan.

Het zingende West-Vlaams van Peter Vanacker verraadt de tongval van iemand die lang in het buitenland heeft verbleven. De 53-jarige ingenieur bouwde een internationale topcarrière uit bij Bayer en leidde nadien twee vooraanstaande chemiebedrijven in Duitsland. In 2018 werd hij aangesteld als nieuwe CEO bij Neste. Het Finse olieraffinagebedrijf is wereldwijd marktleider in de productie van hernieuwbare dieselbrandstoffen. “Uit afval en reststoffen halen we hernieuwbare koolstof als grondstof. We produceren in Finland, op de Maasvlakte in Nederland en in Singapore. Onze brandstoffen verkopen we op dit moment voornamelijk aan steden en aan bus- en transportbedrijven in Scandinavië en de VS; in Nederland vind je onze MY Renewable Diesel in verschillende stations. Maar ook in België rijden er bijvoorbeeld al huisvuilwagens rond op onze hernieuwbare diesel.”

Neste staat al jaren aan de top van de meest duurzame bedrijven. Wat bracht jullie daar?
“Onze filosofie is heel duidelijk gearticuleerd. We willen een betere wereld scheppen voor de generatie van morgen, door elke dag verantwoordelijke keuzes te maken. Dat devies inspireert onze medewerkers; het heeft ook mij overtuigd. Een halve eeuw geleden was Neste nog een traditionele olieraffinaderij die in directe competitie stond met een aantal massieve olie- en gasbedrijven. De keuze om te investeren in hernieuwbare brandstoffen hebben we iets meer dan tien jaar geleden gemaakt. Die markt hebben we volledig zelf moeten creëren. Moeilijke tijden waren dat voor het bedrijf. Vernieuwing was onze stuwkracht: 25 procent van onze mensen werkt in de innovatie. Algemeen ligt dat percentage bij bedrijven tussen de 5 à 10 procent. Die passie voor innovatie en creativiteit zit in het DNA van onze onderneming.”

“Neste is een toonvoorbeeld dat een onderneming tot een topbedrijf kan uitgroeien, precies vanuit een focus op duurzaamheid.”

Is duurzaamheid economisch interessant?
“Dat hebben we de afgelopen tien jaar wel bewezen. Op dit moment komt 82 procent van onze bedrijfsresultaten uit het domein van de duurzame producten. Neste is in feite een toonvoorbeeld dat een onderneming tot een topbedrijf kan uitgroeien, precies vanuit een focus op duurzaamheid – in een sector waar dat allesbehalve evident is. Wie een duidelijk doel vooropstelt, kan – met vallen en opstaan – die kritische massa creëren. Met onze visie bezielen we ook andere bedrijven en organisaties: we hebben een netwerk van start-ups, universiteiten en ontwikkelingscentra met wie we samenwerken. En niet onbelangrijk, er beginnen ook dingen te bewegen vanuit politieke hoek.”

Op welke manier zijn, volgens jou, de verantwoordelijkheden verdeeld?
“Bedrijven, maar uiteraard ook politici, moeten hun klont boter in de pan doen. In België rijdt op dit moment nog ongeveer 60 procent van de wagens rond op diesel. We kunnen aan de kant zitten toekijken tot er uiteindelijk voldoende elektrische wagens beschikbaar zijn en iedereen het geld heeft om er een te kopen. Of de overheid kan, zoals dat nu al gebeurt in Scandinavië of Californië, bepaalde kredieten of taksen vastleggen die ervoor zorgen dat het bestaande wagenpark gaat tanken met hernieuwbare brandstof. Naar mijn idee moet de politiek de omgeving scheppen zodat duurzame bedrijven zich verder kunnen ontwikkelen, door innovatie te stimuleren of via een gedragssturende regelgeving.”

Hoe dringend is dat regelgevend kader?
“Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climat Change, nvdr.) stelt dat we twaalf jaar de tijd hebben om de klimaatcrisis aan te pakken. Er zijn enorm veel oplossingen, maar geen gemakkelijke antwoorden. We willen vaak te grote stappen nemen. En we polariseren. We maken een opdeling tussen goede en minder goede opties, om dan te kiezen voor die ene zaligmakende uitkomst. Terwijl ik denk: we moeten én onze huizen goed isoleren, én gebruik maken van wind- en zonne-energie, én hernieuwbare diesel aanwenden voor ons grondtransport en onze luchtvaartenergie, én ons wagenpark elektrificeren… Het is niet zo dat we geen oplossingen hebben voor de volgende generaties, integendeel. Je hoeft echt geen grasgroene jongen te zijn om te geloven dat het kan. Maar de voorwaarde is wel dat onze bedrijven en overheden gaan samenwerken en de juiste regels maken.”

Waar ligt de toekomst voor hernieuwbare brandstoffen?
“Ongeveer een vijfde van de Europese CO2-emissies komt van het transport op de weg. Dat is een aandeel dat nog altijd groeit. Hernieuwbare brandstof heeft een CO2-reductiepotentieel van bij de 90 procent. Ter illustratie: vorig jaar hebben we onze klanten geholpen om 9,6 miljoen ton aan CO2-emissies te reduceren. Dat is bijna tweemaal het aantal emissies van een stad als Berlijn. Tegen 2030 willen we gaan naar 20 miljoen ton CO2. Een andere grote uitstoter is de luchtvaartindustrie. Ondertussen hebben we een aantal partnerships met verscheidene luchtvaartmaatschappijen, zoals Lufthansa, KLM en Finnair. Daarmee zetten we nu onze renewable jet fuel in de markt. Die kunnen we voor de helft mengen met kerosine. We startten vorig jaar dan ook met de verkoop van Sustainable Aviation Fuels (SAF). De productiecapaciteit daarvan ligt nu op 100.000 ton per jaar en zal stijgen naar 1 miljoen ton in 2022.”

Jullie werken nu ook met plastic als grondstof.
“Daarover hebben we vorig jaar nog een publicatie gelanceerd. In samenwerking met chemiepartner LyondellBassell hebben we als eerste op industriële schaal een polymeer op basis van afval gemaakt. Plastic bestaat uit koolstof, zoals wij allemaal, trouwens. Dat koolstof willen we via chemische recycling gaan onttrekken uit het polymeer, om er dan een brandstof of een nieuw product mee te maken. Dat is een van de processen waarin we grote mogelijkheden zien. Of we er ook de plasticsoep mee helpen oplossen? Eerst en vooral moet plastic afval natuurlijk niet in onze zeeën en rivieren belanden, het moet verzameld en gerecycleerd worden voor het zover komt. Maar als bedrijf maak je natuurlijk wel deel uit van een waardeketen. Het vergt moed en samenwerking om die keten te doen bewegen, bij ieder van ons.”