Jan Van Havenbergh, Catalisti

‘De toegevoegde waarde van onze sector wordt nog te vaak onderbelicht’

Onze relatie met chemie is dubbel: enerzijds zorgt de sector voor tal van producten die ons leven gemakkelijker maken, anderzijds is het een van de meest vervuilende industrieën. Tel daarbij nog eens op dat de chemische sector voor heel wat werkgelegenheid zorgt, en je krijgt een duurzame uitdaging om U tegen te zeggen.

Jan Van Havenbergh is managing director bij Catalisti, de speerpuntcluster die zo’n 120 bedrijven, instellingen, alle Vlaamse universiteiten en de overheid samenbrengt om gezamenlijk op lange en korte termijn in te zetten op innovatie en zo in eerste instantie de sector te verduurzamen. Enerzijds is er de reguliere Catalisti-werking die de transformatie naar duurzame chemie en kunststoffen katalyseert, anderzijds voert de organisatie de regie van Moonshot, een overheidsinitiatief dat de klimaatdoelstellingen voor chemie, kunststoffen, petrochemie en staalindustrie helpt realiseren.

“Catalisti is een privaat-publieke samenwerking met 50 procent financiering van de overheid (VLAIO) en 50 procent van de bedrijven. Heel concreet zijn wij de speerpuntcluster voor duurzame chemie, kunststoffen en kunststofverwerking. Dit innovatie-instituut was nodig, omdat de chemie dat, in tegenstelling tot sectoren als textiel, bouw, materialen… nog niet had. Chemie heeft ook nooit die behoefte gehad omdat de sector vanuit zichzelf innovatie-intensief is. Maar omdat die innovatie bedrijfsspecifiek is, is de concurrentie groot.”

Waarom kwam dat innovatie-instituut er dan toch?
“Omdat essenscia, de sectorfederatie van chemie, kunststoffen en life sciences in Vlaanderen, duurzame partnerships wilde. Daarom heeft ze in 2012 het innovatieplatform Flanders Innovation Hub for Sustainable Chemistry (FISCH) opgericht. Dat werd in 2017 omgedoopt tot Catalisti.”

“De chemiesector is altijd innovatie-intensief geweest.”

Hoe situeert het Moonshot-initiatief zich hierin?
“Met Moonshot, gelanceerd in maart van vorig jaar, heeft Vlaanderen zich geëngageerd om de komende twintig jaar elk jaar 20 miljoen euro te investeren in basisresearch en innovatie binnen drie cruciale energie-intensieve industrieën: chemie, petrochemie en staal, samen goed voor 85 procent van de industriële CO2-emissies. Catalisti coördineert dit programma. De ambitie is eerst en vooral om CO2-neutraliteit te helpen realiseren tegen 2050 en ten tweede om deze oplossingen wereldwijd te exporteren. Dat doen we zonder concrete tussenstappen of milestones, zodat we een continue inspanning van alle partners kunnen bewerkstelligen en op verschillende snelheden werken. De doelstellingen rond CO2 worden op drie manieren nagestreefd: vervanging van fossiele, CO2-emitterende grondstoffen door biogebaseerde chemie, behoud van koolstof in de kring door middel van afvalstoffenvalorisatie (circulaire kunststofeconomie), en CO2-emissie vermijden door hergebruik. Door de oefeningen die we reeds binnen Catalisti-projecten hebben gedaan, kunnen we snel tot tastbare oplossingen komen.”


Beseffen chemiebedrijven de noodzaak van innovatie en ingrijpende verandering? En speelt dat concurrentiële nog steeds?
“Onze bedrijven zijn zeker doordrongen van de noodzaak tot verduurzamen van de sector, wij hebben de laatste vijftien jaar niets anders gedaan. Maar het klopt dat we in een van de moeilijkere sectoren werken, waarin iedereen concurrent en/of klant is van elkaar. Niettemin: aangezien we ook afhankelijk zijn van elkaars componenten én hetzelfde duurzame doel nastreven, is samenwerking aangewezen. In dat opzicht hebben we met Catalisti de laatste zeven jaar een steen verlegd, door de koudwatervrees bij bedrijven om samen te innoveren, weg te nemen.”

Chemie heeft een vrij negatieve reputatie. Moet haar positieve rol beter gecommuniceerd worden vanuit de sector?
“Chemie is heel nuttig en nodig: zonder chemie geen ontwikkeling van nieuwe medicijnen, geen dagelijkse gebruiksvoorwerpen zoals computers en koffiezetapparaten, geen fotovoltaïsche cellen, geen voedselveilige verpakkingen, geen medische apparatuur, geen beschermende kleding… Denken we verder maar aan kunststoffen die worden gebruikt voor onderdelen van wagens en vliegtuigen, zodat die lichter en dus energiezuiniger worden. Kortom, we zouden het comfort en de welvaart van vandaag niet hebben zonder chemische additieven, plastics en kunststof. Maar we moeten betere manieren vinden om die te recycleren in plaats van zomaar te verbranden of in de grond te stoppen.”

Toch komen chemie en vooral plastics in de eerste plaats negatief in de media. En dat terwijl de sector ook al heel wat inspanningen achter de rug heeft: de afgelopen jaren verdubbelde de productie, terwijl de uitstoot van broeikasgassen halveerde.
“Ik wil hier geen klaagzang afsteken, maar we worden in de media inderdaad al te vaak negatief afgeschilderd. Dat komt enerzijds doordat negatieve effecten als de plasticsoep − terecht − de media halen, en anderzijds doordat de toegevoegde waarde wordt onderbelicht. Iedereen pocht graag met zijn vederlichte carbonfiets of smartphone, maar niemand staat stil bij de hoogwaardige kunststofmaterialen en -technologie die eraan ten grondslag liggen. Misschien moeten we dat vanuit de sector inderdaad vaker benadrukken, maar doorgaans zijn we te kritisch en koel om dat sexy te doen. Er bestaan jammer genoeg ook nog geen films of tv-series waarin een plasticontwikkelaar of industrieel ingenieur een relatie heeft met een fotomodel. Misschien moeten we daar eens in investeren (lacht).”

“We moeten vanuit de sector de positieve zaken vaker benadrukken, maar doorgaans zijn we te kritisch en koel om dat sexy te doen.”

Je denkt ook out-of-the-box, door bijvoorbeeld biomassagrondstof in de chemie te suggereren. Is dat realistisch?
“We moeten weg van fossiele brandstoffen en kijken naar biomassa als alternatief. Zo hebben we een enorme massa aan plantaardig afval en voedselafval waaruit we nieuwe plastics en medicatie kunnen winnen. Dat is echter heel complexe materie, die nog veel onderzoek vraagt. Anderzijds kunnen we niet naast de voordelen kijken. Dus het is onze plicht om die pistes te bewandelen.”

Je vergelijkt de chemie van de toekomst graag met een driesterrenrestaurant, zij het met een compleet andere invulling.
“Een driesterrenrestaurant dat zonder klassieke ingrediënten en in een keuken zonder traditionele kookvuren werkt, zal alleen maar populair zijn als het minstens dezelfde kwaliteit levert als een klassiek restaurant. Hetzelfde geldt voor de nieuwe chemie: de innovatieve producten op basis van nieuwe (biomassa)grondstoffen zullen kwalitatief minstens gelijkwaardig moeten zijn aan de klassieke producten die ze vervangen. Anders heeft het geen zin. Maar dat zal van onze driesterrenchefs – want dat zijn onze bedrijven – wel vragen om uit hun comfortzone te komen en samen te werken. Met elkaar en met kennispartners.”

SMART FACT.

Als ik niet in de chemie was gegaan, dan …
“De liefde voor chemie zat er al vroeg in, ik heb er dan ook mijn studies naar ingericht door aan Universiteit Antwerpen voor biochemie te kiezen. Na een carrière bij onder meer Agfa-Gevaert ben ik in 2012 aan boord gehaald als management director bij FISCH, dat in 2016 is overgegaan in Catalisti. Dus chemie is wel een rode draad geweest doorheen mijn leven.”