Luc Missante, TRAXIO: Hoe mobiel zijn we nog?

TRAXIO, de mobiliteitsfederatie die bijna 10.000 bedrijven vertegenwoordigt, die samen ruim 148 miljard euro omzet draaien en zo’n 99.000 personen tewerkstellen, had de handen vol tijdens de lockdownperiode. We spraken met algemeen directeur Luc Missante, nu het land weer traag maar gestaag op gang komt.

De coronacrisis betekent een catastrofe voor de autosector. De impact ervan wordt nu al door economen vergeleken met de Grote Depressie van de jaren 30. In de autosector was er dan ook tot 93 procent vermindering van activiteit. De ergste strijd lijkt echter gestreden, nu we opnieuw met zijn allen geleidelijk aan het normale tempo weer oppikken.  

Luc, waarin liggen nu de grootste uitdagingen voor de sector?
“Ik sta al sinds 2002 mee aan het roer van TRAXIO. In al die tijd heb ik niks gezien dat ook maar enigszins op deze crisis lijkt. Als er één zekerheid is in deze onzekere tijden, is dat het nooit meer wordt zoals vroeger. De vele voorspellingen van onder andere de Wereldbank en het IMF zeggen allemaal hetzelfde: de economie zal vertragen. De autosector zat voor de crisis aan recordcijfers van 550.000 nieuwe wagens per jaar en 700.000 tweedehandsvoertuigen. Die cijfers zullen we niet snel meer evenaren, want de impact op het aankoopgedrag van de consument zal enorm zijn.” 

Hoe zal dat zich uiten?
“Het koopgedrag van de consument zal in de toekomst meer online gebeuren, ook voor wagens. Je salesplatformen moeten hiervoor aangepast zijn, wat dan weer een extra investering voor onze bedrijven met zich meebrengt. Maar koopgedrag zal ook uitgesteld worden. Particulieren hebben immers geleerd dat hun job in tijden van crisis niet gegarandeerd is. Hun kostbare salaris zal dus niet meteen naar een nieuwe wagen vloeien. Ook de toeleveranciers van onze sector zullen zwaar geraakt worden. Er worden minder kilometers gereden – voertuigen hebben dus minder onderhoud nodig –, er gebeuren minder ongevallen, wat de carrosseriebedrijven dan weer raakt en ga zo maar verder. De schade voor de sector is eigenlijk amper te overzien.”

“Als er één zekerheid is in deze onzekere tijden, is dat het nooit meer wordt zoals vroeger.”

Valt er dan nergens een sprankeltje hoop te bespeuren?
“Toch wel, ik vind in deze crisis ook een grote opportuniteit terug. Meer dan ooit moeten bedrijven hun huidige businessmodel herzien. Dat kan die oude pijnpunten in je bedrijf eindelijk oplossen.” 

Wat kan TRAXIO nu concreet voor haar leden betekenen?
“Ik vind het erg belangrijk dat we onze leden niet alleen snel, maar ook meteen juist kunnen helpen. Daarom hebben we onlangs besloten om in samenwerking met ons opleidingsfonds Educam en onze sociale partners een enquête onder onze leden te organiseren. We hopen er op die manier achter te komen hoe we hen op dit moment zo goed mogelijk kunnen helpen. Eind deze zomer verwacht ik daar concrete resultaten van, zodat we snel in actie kunnen schieten. Ik vermoed dat een van de oplossingen kan zijn om meer opleidingen te organiseren op vlak van digitalisering.

We hebben de afgelopen maanden in ieder geval alvast een budget vrijgemaakt om onze leden te ondersteunen waar nodig. Daarnaast proberen we iedereen zo goed mogelijk te informeren over alle beslissingen van de Wetstraat, en diegene die betrekking hebben op onze sectoren, om die dan te bundelen en verspreiden.”

Maar jullie doen op overheidsniveau toch meer dan louter informeren?
“Zeker en vast. Bij TRAXIO drukken we de belangen van onze sector door bij de overheid. Zeker nu is het nodig om je stem te laten horen. En we werden gehoord. Onze lijst van verwezenlijkingen tijdens deze crisis is niet mis. We zorgden ervoor dat de garages in de lijst van essentiële sectoren kwamen te staan volgens de ministeriële besluiten, zodat garagehouders hun deuren konden openhouden. Ook de paritaire comités van fietsen en burgerlijke bouwkunde, waar al het rollend materieel van de bouwsector onder valt, zijn nu opgenomen in die lijst. Op vlak van activiteitsgraad zorgden we ervoor dat dringende herstellingen of takelwerken nog werden toegelaten. In een tweede fase werden daar ook fietsherstellingen aan toegevoegd en het feit dat het afleveren van een vervangwagen nog als noodzakelijk en essentieel voor onze economie wordt gezien.” 

“Het ideaal ligt in combi- en multimobiliteit en is afhankelijk van je persoonlijke situatie.”

Hoe zal de toekomst van de autosector eruitzien, denk je?
“Ik denk dat we steeds meer zullen evolueren naar het Amerikaanse model, waarbij bedrijven in de mobiliteitssector meer als mobiliteitsprovider moeten optreden. Het wordt steeds belangrijker om mobiliteitsoplossingen aan te bieden aan de klant. Zo geloof ik dat het bezit van een voertuig zal afnemen. Een consument wil vandaag vooral weten hoe je het snelst van punt A naar punt B geraakt. Tijdens de werkweek is de mobiliteitsbehoefte vaak ook anders dan tijdens het weekend of tijdens de vakantie. Op vakantie heb je behoefte aan een ruime en comfortabele wagen, en tijdens de week voldoet een elektrische fiets misschien al wel? Onze leden zullen in de toekomst meer moeten vertrekken vanuit de vraag van de klant en niet zozeer hun eigen producten willen opleggen aan diezelfde klant.” 

In welke alternatieve vervoersmiddelen geloof je zelf?
“Ik heb het geluk dat ik op 14 kilometer van mijn werk woon. Ik heb mezelf dus onlangs een elektrische fiets aangeschaft en geraak daarmee sneller op mijn werk dan met het openbaar vervoer. Het openbaar vervoer biedt voor mij niet genoeg een alternatief door de vele vertragingen en vaak onnodig lange trajecten. Maar ik geloof ook niet dat de wagen volledig ondergeschikt zal zijn in de toekomst. Zeker niet als je buiten de stad woont. Het ideaal ligt in combi- en multimobiliteit en is afhankelijk van je woon-werktraject en je persoonlijke of gezinssituatie.”


SMART FACT.

Heb je er ooit aan gedacht om er de brui aan te geven als algemeen directeur bij TRAXIO? Wat zou je dan willen doen van job?
“Een bed and breakfast openen lijkt me wel wat. De grootste stress daar is of je de rosé wel tijdig koel hebt gelegd (lacht). Dat lijkt me heerlijk. Ik hoef er zelfs niet veel geld mee te verdienen, het plezier van gasten ontvangen primeert voor mij. Maar een gratis B&B is geen echte job, zeker? Ik zal toch nog maar even de belangen van de mobiliteitssector blijven behartigen dan.”