Griet Deceuster

‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”

 Vervoersystemen

“In de slotscène van de film Back to the Future vliegt de DeLorean door de lucht terwijl Doc aan Marty vertelt dat waar ze heen gaan, naar 2015, er geen wegen meer nodig zijn. Toendertijd een bizar toekomstbeeld. Maar hoewel ondertussen duidelijk is geworden dat de (nabije) toekomst niet uit vliegende auto’s zal bestaan, hebben we wél drones, een futuristisch dashboard en de eerste zelfrijdende auto’s. En er is nog meer op komst. Zo gaan we langzaam weg van het opdelen van de vervoersystemen in de hokjes auto, fiets, bus, trein, taxi, voetgangers. De auto-afhankelijkheid maakt plaats voor geïntegreerde transport-systemen. In plaats van een auto-sleutel op zak te hebben, lopen we rond met een mobiliteitskaart en een smartphone vol apps. Onze visie op mobiliteit verandert.

We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken. Daarbij maken we gebruik van het aloude asfalt (en spoor), maar op nieuwe manieren. Reizigers zullen profiteren van een verbeterde mobiliteitservaring, dankzij een hele reeks van innovatieve technologische oplossingen. Gecombineerde mobiliteitsdiensten gaan meer en meer op de behoeften van de reiziger inspelen. Naast collectief openbaar vervoer ontstaat individueel openbaar vervoer: autodelen zoals Autopia, carpoolen, ride sharing zoals Uber, en andere peer-to-peer initiatieven zijn aan een opmars bezig.

De grootste sprong naar de toekomst wordt gezet met de zelfrijdende voertuigen

Coöperatieve systemen

Voor middellange afstanden wordt de auto nog wel gebruikt, maar die zit vol nieuwe technologie zoals coöperatieve systemen. De auto ‘praat’ met systemen langs de kant van de weg en met andere voertuigen over gevaarlijke situaties. Ook de beste route wordt ‘besproken’, en de bestuurder wordt gewaarschuwd voor rood licht, omleidingen en ongevallen. De wegverlichting schiet automatisch aan, overstekende voetgangers worden gedetecteerd, auto’s worden al rijdend opgeladen.

En als je een vloot van auto’s op het internet aansluit, is het ook gemakkelijk om deze auto’s te delen met een breed scala van gebruikers: 24/7 en direct. De trend is niet meer om een auto te bezitten, maar om over een te kunnen beschikken, indien gewenst. Deze demotorisatie is vooral populair bij jongeren, die hun geld liever uitgeven aan andere zaken dan een voertuig dat 23 uur per dag ergens ongebruikt in de weg staat.

Maar de grootste sprong naar de toekomst wordt gezet met de zelfrijdende voertuigen. Ze worden momenteel getest, onder andere door Google in Nevada. Zelfrijdende voertuigen kunnen de schotten tussen privé en openbaar vervoer helemaal doen verdwijnen. Je drukt op een knop, een voertuig naar keuze verschijnt voor je deur en brengt je naar waar je wil. Geen parkeerproblemen meer, ‘lege’ stadscentra, geen oude vervuilende auto’s die maar af en toe van stal worden gehaald – altijd de nieuwste en schoonste versie die véél efficiënter wordt ingezet. Zelfs files kunnen worden opgelost, door deze voertuigen aan elkaar te schakelen als treinwagonnetjes.

Fietsen

En wie dan toch graag helemaal zelf blijft rijden, doet dat liefst met het milieuvriendelijkste en gezondste vervoermiddel: de fiets, die terecht aan populariteit wint. Het lijkt erop dat de emotionele relatie die consumenten hadden met auto’s wordt overgenomen door fietsen. Fietsen wordt meer en meer gezien als een manier om een meer individuele levensstijl te creëren.”