‘Ondernemen is weer sexy geworden’

Belgen hebben nooit echt de naam gehad grote ondernemers te zijn, maar de recente cijfers lijken dat cliché tegen te spreken. Waarom waagt de jonge (en minder jonge!) Belg zich tegenwoordig zo graag aan een eigen zaak? En wat zijn daarbij de valkuilen? Danny Van Assche van UNIZO legt uit.

Met zo’n 100.000 waren ze, de Belgische ondernemers die vorig jaar een nieuw bedrijf startten. Het was de eerste keer dat die grens in ons land doorbroken werd. Bij UNIZO, de Unie voor Zelfstandige Ondernemers, vinden ze die evolutie uiteraard prima. Al moet je ook weer niet té onbesuisd aan een ondernemersavontuur beginnen, zegt gedelegeerd bestuurder Danny Van Assche.

Hoe komt het dat we in een ondernemers-hausse zitten?

“We zitten zeker nog niet op het niveau van onze buurlanden, maar het doorbreken van die 100.000 nieuwe ondernemingen per jaar is wel een symbolische grens die gesneuveld is. Het aantal ondernemingen stijgt elk jaar met 5 à 7 procent, Vlaanderen neemt daar ook het voortouw in. Ik denk dat de tijdsgeest veranderd is. De jaren 80 waren crisisjaren, waarin veel mensen kozen voor zekerheid. Een job bij de overheid of in het onderwijs was toen een veilige haven. Dat is nu anders: ondernemen is weer sexy geworden. Zeker bij jonge mensen onder de 26, en ook bij de 50-plussers. Velen beginnen een bedrijf meteen nadat ze de school verlaten of net in de laatste stadia van hun carrière.”

Het imago van de ondernemer is er ook op vooruitgegaan.

“Vroeger werd de ondernemer vaak weggezet als een sjoemelaar die vooral met zijn zwart geld bezig was. Gelukkig gaan de media daar nu anders mee om. Succesvolle ondernemers worden tegenwoordig in de kijker gezet: ondernemen is iets om fier op te zijn. Mensen zien eindelijk dat het een valabel alternatief kan zijn voor de loondienst.”

Zijprofiel Danny Van Assche

Waarom is het zo belangrijk dat we veel lokale ondernemers hebben?

“Heel simpel, omdat zij de basis vormen van onze welvaart. Ze dragen enorm bij aan de economie van dit land: ze creëren hier arbeid, ze betalen hier belastingen, ze werken hier samen met toeleveranciers… En omdat ze zo verweven zijn met hun omgeving is de kans dat ze naar andere landen trekken heel klein. Zeker in België, dat een echt kmo-land is, zijn de zelfstandige ondernemers de backbone van onze economie. En daar profiteert uiteindelijk iedereen van.”   

Op welke manieren is het gemakkelijker geworden om te ondernemen?

“Een enorme stap voorwaarts was de oprichting van startersloketten, waar je als starter in één beweging alle basis-startersformaliteiten kunt vervullen. Daarnaast zijn er door de overheid ook nieuwe statuten gecreëerd die ondernemen aantrekkelijker maken, denk maar aan het statuut student-ondernemer. Er zijn ook bepaalde drempels weggewerkt, zoals het feit dat je op je eerste aanwerving geen sociale zekerheid moet betalen. Tot slot speelt ook de digitalisering. Daardoor is het veel eenvoudiger geworden om een dienst meteen aan een groot publiek aan te bieden. Met een goed idee, een computer en een website kom je al een heel eind.”

Vroeger werd de ondernemer vaak weggezet als een sjoemelaar die vooral met zijn zwart geld bezig was. Gelukkig gaan de media daar nu anders mee om.

Hoe zou het ondernemersklimaat nog verbeterd kunnen worden?

“Door nog méér drempels te verwijderen (lacht). Ik denk bijvoorbeeld aan het sociaal statuut van zelfstandigen en zeker aan hun pensioen. Uit een enquête blijkt dat 40 procent van de zelfstandigen heeft getwijfeld om de stap te zetten vanwege de pensioenproblematiek. Als zo’n groot percentage doorzetters al twijfelt, moet je niet vragen hoe enorm de groep is die definitief afhaakt. Nog een andere maatregel is een zachtere belastingpolitiek van de overheid. De vorige regering heeft al de vennootschapsbelasting verlaagd, maar de eenmanszaken profiteren daar niet van mee. En in ons land maakt net die groep ondernemers meer dan de helft van het landschap uit. Dat verschil moet weggewerkt worden. Ook de hoge loonkosten in België blijven een handicap tegenover onze buurlanden.”

Jullie zien heel veel ondernemers-in-spe. Wat zijn de grootste aandachtspunten waar jullie hen op moeten wijzen?

“Wat je regelmatig ziet, is dat ondernemers hun markt niet goed kennen. Starters zijn er heel vaak van overtuigd dat ze een fantastisch product of dienst hebben − en dat moet natuurlijk −, maar dan blijkt dat er eigenlijk niemand op hen zat te wachten. Of dat ze niet weten hoe ze een markt voor hun product moeten creëren. Te veel starters beginnen nog té onbesuisd aan het avontuur, met veel enthousiasme maar zonder businessplan. En dat is nochtans een cruciaal element om te slagen. Hoe ga je je product in de markt zetten? Wie zijn je concurrenten? Wat zijn je kosten en opbrengsten? Welke prijzen hanteer je? Hoe ga je de marketing aanpakken? Een businessplan dwingt je om daarover na te denken. Als je op zoek gaat naar externe financiering, bij een bank of een investeringsfonds, dan word je vaak verplicht om met zo’n plan voor de dag te komen. Ik vind dat een goede zaak. Maar als een ondernemer zijn bedrijf financiert met eigen kapitaal of met geld van familie en vrienden, wordt dat nogal eens vergeten.”

Door de digitalisering is het veel eenvoudiger geworden om een bepaalde dienst meteen aan een groot publiek aan te bieden.

Jullie lanceerden recent de campagne ‘Winkelhier’. Waarom was dat nodig?

“Omdat de omzet van retail in België onder druk staat. Belgische consumenten kopen alsmaar vaker in het buitenland, in fysieke en vooral online winkels. Niks mis met e-commerce op zich, maar als we in webshops of fysieke winkels kopen, doen we dat beter wat meer in eigen land. Nu laten we enorm veel toegevoegde waarde over de grens wegvloeien. Met Winkelhier wilden we de consument vragen om daar eens bij stil te staan. Als lokale handel niet levensvatbaar is, krijgen we meer leegstand, minder winkelbeleving, meer eenheidsworst in het straatbeeld, daalt de tewerkstelling en krijgt zelfs het gemeenschapsleven een knauw. Uit studies blijkt dat een lokale handelaar zo’n 2.000 euro per jaar aan sponsoring en lokale initiatieven uitgeeft. Een reden te meer om die lokale handelaar te steunen.”

Danny Van Assche

SMART FACT.

Wat was je geworden als je niet op deze stoel had gezeten?

“Wel, ik krijg vaak de vraag of ik niet zelf ondernemer had willen zijn. Ik kom ook uit een nest van zelfstandigen, mijn ouders hadden een slagerij. Ik herinner mij dat ik, vlak na mijn afstuderen, met een kameraad op een terras zat en dat we onszelf beloofden om ooit samen een zaak te beginnen. We zijn nu dertig jaar later en het is er nog altijd niet van gekomen, maar zeg nooit, nooit (lacht).”