Kan Europa haar eigen vrienden nog kiezen?

De globalisering is terug van nooit echt weggeweest. Het internationaal recht speelt een steeds grotere rol in de nationale rechtsorde. Hoe soeverein is Europa nog in haar manier van handel drijven? En in hoeverre dient de Europese Unie haar eigen wetten? 

Niets revolutionairs onder de zon met de globalisering. Jawel, nu data niet meer gebonden is aan grondgebied, rijzen er nieuwe vragen op rond rechtsmacht, maar: “Ik zou niet durven stellen dat het internationaal recht vandaag opnieuw volledig is omgevormd door de globalisering”, stelt Cedric Ryngaert, hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit Utrecht. “De internationalisering kent al een lange evolutie. Een tendens is wel dat het klassieke multilateralisme van na de Tweede Wereldoorlog, waarbij de VS en Europa trans-Atlantisch zouden gaan samenwerken, onder druk komt te staan in een anti-globalistisch discours. De laatste decennia hebben staten veel bevoegdheden afgestaan als gevolg van de internationalisering. Daar komt nu tegenkanting op van een aantal populistische autocraten.” 

De gevolgen van brexit of overzeese handelsoorlog voor ondernemingen zijn rechtstreeks, maar ook indirect. Recent voerde Ryngaert samen met prof. dr. Tom Ruys van UGent een studie uit voor de Europese Centrale Bank naar de weerslag van het Amerikaans sanctiebeleid op Europa. “De Europese Unie gaat vooralsnog niet mee in het catalogiseren van een land als Iran als ‘schurkenstaat’. Ze steunt de Amerikaanse boycot niet. Om de effectiviteit van hun eigen sancties te maximaliseren, zou het zomaar kunnen dat de VS ook maatregelen opleggen aan Europese ondernemingen die handel drijven met Iran of Noord-Korea, maar misschien op termijn ook met China of Rusland.”

Om de vrijhandel te kunnen vrijwaren, zal Europa meer op zichzelf moeten staan.
Cedric Ryngaert, hoogleraar Universiteit Utrecht

Het zijn evoluties die tot nadenken stemmen, vindt de hoogleraar. “Hoe zit het met onze economische soevereiniteit? Kunnen wij als Europa nog steeds onze eigen economische vrienden kiezen of zullen we steeds naar de VS moeten kijken? Om de vrijhandel te kunnen vrijwaren, zal Europa meer op zichzelf moeten staan. Misschien militair, maar ook op vlak van een musculair handelsbeleid.” Bedrijven hebben de steun van de politiek nodig om een Europees front te vormen. 

Tot voor kort was er vooral een hands off approach van de staat, maar die attitude lijkt veranderd. “De overheid gaat meer verantwoordelijkheid opnemen voor ondernemingen die transnationaal actief zijn, net omdat ze zo kwetsbaar zijn – voor sancties, maar ook voor allerlei andere problemen als ze zullen investeren in landen waar de rule of law niet zo sterk ontwikkeld is.”

Advocaat Patrick Weegmann van het advocatenkantoor Weegmann De Gelas volgt de evolutie van grensoverschrijdende procedures binnen Europa vanuit zijn internationale praktijk. “Europa heeft de erkenning en uitvoering van buitenlandse beslissingen lange tijd als een ondermijning van de eigen rechtsbedeling ervaren. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld een vonnis van een Belgische rechtbank ten aanzien van een Duitse onderneming erg argwanend werd bekeken in de Duitse rechtsorde.” Vanaf de jaren 60 vaardigde de Europese wetgever via een reeks verdragen en verordeningen eenvormige Europese regels uit. Die voorzagen ook voor ondernemingen soepelere procedures voor grensoverschrijdende tenuitvoerlegging. “Jammer genoeg wijst de praktijk uit dat de uitvoering van buitenlandse beslissingen zelfs vandaag de dag nog niet altijd vlot verloopt. Bepaalde rechtstradities, onder andere in de voormalige Oostbloklanden, kunnen het rechtsverkeer behoorlijk stremmen.”

Een rist internationale verdragen en pogingen tot eenmaking van wetgeving verhinderen niet dat de oplossingen per rechtsstelsel blijven verschillen, constateert meester Weegmann. “Dat belemmert uiteindelijk ook de handel en verzwakt de positie van Europa als handelsmacht. Onze Belgische bedrijven hebben nog steeds een zekere scepsis om samen te werken met buitenlandse ondernemingen, zelfs binnen de Europese context. De Europese wetgever blijft uniformiteit nastreven, wat ik alleen maar kan toejuichen. Maar om die te realiseren, zullen de individuele lidstaten bepaalde nationale gevoeligheden verder opzij moeten schuiven. Dat is nog niet voor morgen, vrees ik.”