Interview door Frédéric Vandecasserie

Jean-Luc Maurange: ‘Het internationale niveau moet rekening houden met het lokale’

Soms lijkt de wereld wel een groot dorp, maar niet alle uithoeken van de planeet zijn gelijk als het op zakendoen aankomt. Het specifieke culturele en wettelijke kader en de behoeften verschillen namelijk fundamenteel, weet Jean-Luc Maurange, CEO van het bedrijf John Cockerill.

Jean-Luc Maurange, CEO van John Cockerill – dat 5000 mensen tewerkstelt – zit altijd wel ergens tussen twee vliegtuigen, twee vergaderingen of twee tijdzones in. Deze onvermoeibare, Frans-Canadese globetrotter woonde achtereenvolgens onder meer in Canada, de Verenigde Staten en Europa. Op die manier ontwikkelde hij een open geest die je absoluut nodig hebt om een uitgesproken internationaal bedrijf te managen.

In welke zin is een internationale groep als de jouwe managen anders dan een bedrijf dat enkel in eigen land actief is?
“Culturen en technologische mogelijkheden verschillen soms sterk van land tot land. Wij kunnen dat allemaal bolwerken door in ons lokale personeelsbestand mensen op te nemen die wortels hebben in die regio’s of culturen. Onze Chinese bedrijfstakken hebben bijvoorbeeld veel Chinese managers. Het is van essentieel belang een beroep te doen op de plaatselijke bevolking. Het internationale niveau moet rekening houden met de typische kenmerken van het lokale niveau.”

Dus internationaal zakendoen vereist een grondige kennis van het terrein?
“Een internationaal kantoor, waar dan ook, run je niet met enkel Belgische expats. Interne mobiliteit maakt ons sterker. John Cockerill heeft namelijk ook Europese managers in de VS en Azië. En omgekeerd. Er komen managers uit India, China of de Verenigde Staten. Zij brengen hun expertise mee en werken dagelijks in het hoofdkwartier van de groep in Seraing. Je moet ook zoeken naar wat alle dochterondernemingen van een groep verenigt, los van de verschillen tussen de nationaliteiten.”

Er zijn een aantal dingen waar je nooit een compromis over kunt sluiten.

En waaruit bestaat die gemene deler dan?
“Er zijn een aantal dingen waar je nooit een compromis over kunt sluiten. Voor ons denk ik dan aan veiligheid, ethiek, innovatie, verantwoordelijkheid en klantgerichtheid. Opdrachten en de technische oplossingen die aan de behoeften beantwoorden, zijn bovendien niet overal hetzelfde. Aanpassing is de regel. Je moet de realiteit ter plaatse gaan bekijken om te zien en te begrijpen wat er allemaal bij een project komt kijken.”

Naast de cultuur verschilt ook de reglementering van regio tot regio. Hoe wordt die dimensie geïntegreerd in het kader van een internationale groep?
“Met een team van lokale juristen, ondersteund door een groep internationale topjuristen. Een contract met hetzelfde doel zal in China, de VS of Rusland helemaal niet op dezelfde manier worden geformuleerd. In China, bijvoorbeeld, is het belangrijk te weten dat het begrip eigendom in dat land heel anders wordt opgevat. In de Chinese cultuur is kopiëren de normaalste zaak van de wereld. Juridisch moet je daar dus rekening mee houden. Alleen zo kun je internationaal waterdichte contracten afsluiten die tegelijk lokaal stevig verankerd zijn. Je moet de plaatselijke verschillen goed aanvoelen, daar draait het om. En ik herhaal: dit kan alleen door interne mobiliteit.”

© Thomas Van Ass

Mobiliteit was in de coronacrisis wel minder vanzelfsprekend. Zal de pandemie de internationale handel voorgoed hebben veranderd?
“Voor een dienstverlenend bedrijf is het misschien anders, maar voor een b2b-structuur als de onze zullen fysieke contacten nooit volledig worden vervangen door digitalisering. Ik denk wel dat de crisis ons heeft geleerd om doordachter te reizen. Zo is het absoluut niet nodig om 24 of 48 uur naar het buitenland te reizen om een bestuursvergadering bij te wonen waar PowerPoints en spreadsheets worden getoond. Maar om teams op het terrein en partners te ontmoeten en de plaatselijke cultuur op te snuiven, blijft reizen cruciaal.”

Welke sporen laat deze crisis achter, afgezien van ons reisgedrag?
“In Azië was de crisis een randfenomeen. China is het voorbije jaar met 2 procent gegroeid. En dat terwijl alle andere regio’s van de wereld in het rood stonden. Kortom, COVID-19 was een keerpunt dat China naar de top katapulteerde. Bovendien lijkt het land zich bewust te zijn geworden van een mogelijk demografisch probleem en is het afgestapt van de eeuwenoude regel van de eenkindpolitiek. Het land is verre van bewonderenswaardig op elk niveau, vooral wat het politieke regime betreft, dat op zijn zachtst gezegd autoritair is. Maar economisch gezien is het ontegensprekelijk hét gebied om in de gaten te houden. Op een ander front zal de crisis de processen in verband met kunstmatige intelligentie en digitalisering in het algemeen natuurlijk in een stroomversnelling hebben gebracht. De laatste tijd hebben we allemaal grote vooruitgang geboekt bij het verzamelen en verwerken van data. En ik denk dat dit een troef is die echt het verschil zal maken in de toekomst.”

Aan de andere kant lijkt het er soms op dat de coronacrisis het dringende karakter van de klimaatmaatregelen naar de achtergrond heeft verdrongen…
“Dat lijkt alleen maar zo. Uiteraard hebben we de jongste tijd minder gepraat over het klimaat. Maar de crisis heeft alle generaties, en tegelijk de politieke wereld, bewust gemaakt van de noodzaak om ons energiemodel te herzien en dus ook de internationale handel die ermee gepaard gaat. Een voorbeeld: in 2018 toonde toenmalig Frans minister van Energietransitie, Nicolas Hulot, zich verheugd over de 110 miljoen euro die Frankrijk vrijmaakte voor de ontwikkeling van de waterstofsector, hoewel dit een lachwekkend bedrag is vergeleken met de bedragen die vandaag in de herstelplannen worden genoemd. Vandaag gaat er 7 miljard euro naar datzelfde plan en daarmee kun je écht een transitie realiseren. In alle landen zie je dezelfde trend. Ik ben erg benieuwd hoe de wereld van morgen er zal uitzien.”

Smart
fact

Ben je uiteindelijk eerder een globetrotter of toch maar een huismus?

“Hoewel ik veel reis voor mijn werk, ben ik toch graag thuis wanneer ik vakantie heb. Het is dan de bedoeling om samen tijd door te brengen en thuis te blijven. En ooit kies ik toch een vaste stek, waar er rugby gespeeld wordt, waar het mooi weer is en je erg lekker eet, aan de kust van de oceaan, vlak bij de Spaanse grens. In het zuidwesten van Frankrijk dus, in de Landes…”

02.09.2021
door Frédéric Vandecasserie
Vorig artikel
Volgend artikel