Wat met de pensioenen?

Nederlanders worden steeds ouder én blijven op oudere leeftijd gezonder. Geld opzij zetten voor je oude dag via pensioenen wordt hiermee belangrijker dan ooit. Waarmee moeten we rekening houden?

Vroeg beginnen met het regelen van je pensioen: het is wat Erik Lutjens betreft, hoogleraar Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, geheel noodzakelijk – zeker met oog op het nieuwe decennium. We stevenen immers mogelijk af op een nieuw pensioenstelsel dat in 2022 zal ingaan en volgens Lutjens voor veel onzekerheid zal zorgen. “In 2020 worden mogelijk al veel mensen met kortingen geconfronteerd. De pensioenleeftijd schuift alsmaar op. Als er over twee jaar potentieel een nieuw pensioenstelsel wordt geïntroduceerd, worden pensioenen daarbovenop als geheel steeds onzekerder. Ik zeg graag: het wordt minder zeker en zeker minder.”

Inzicht in je financiën

Om jezelf hierop voor te bereiden, benadrukt Lutjens – samen met andere pensioenexperts – graag het belang van vermogensvorming. “Sparen en/of beleggen is zeker aan te raden om jezelf te voorzien in je toekomstige behoeften. Ook eigen woningbezit, zeker als je dit al voor een deel hebt afgelost, wordt steeds aantrekkelijker. Hoe minder groot je uitgavepatroon, hoe lager je pensioen kan zijn.” Een pensioenplan begint volgens de hoogleraar bij inzicht in je eigen financiële positie. “De gemiddelde levensverwachting wordt steeds langer. We kunnen én willen straks op latere leeftijd meer doen. Je moet je eigen individuele omstandigheden en behoeften analyseren en hierop de juiste maatregelen afstemmen.”

Financial wellbeing

Mensen staren zich nog te veel blind op het gegeven pensioen op een nationaal niveau, vindt ook Nicolette Opdam, partner en pensioen- en financieel recht advocaat bij HVG Law. “We krijgen vanuit de overheid een AOW en daarnaast heb je je pensioen. Maar alles daaromheen bepaalt ook jouw toekomstige financiële positie. Heb je inwonende kinderen? Werken zowel jij als je partner? Heb je een koop- of een huurhuis? Ik spreek zelf graag over ‘financial wellbeing’; veel breder dan enkel het pensioen.” Ook vindt ze dat er een switch nodig is in het heersende idee dat de pensioenuitkering een soort van garantie is. “Lang is er gedacht dat wat werknemers ieder jaar op hun overzicht kregen, ook echt gegarandeerd is. Maar voor garantie moet je extra geld betalen: of meer premie of meer kosten. Dat beeld van een ‘beloofd pensioen’ mag, ook vanuit de politiek, bijgesteld worden.”

Je moet je eigen individuele omstandigheden en behoeften analyseren en hierop de juiste maatregelen afstemmen.

Erik Lutjes, Vrije Universiteit Amsterdam

Pensioenen in een veilige positie

In het debat over pensioenen gaat het vaak over het veiligstellen ervan. Volgens Opdam is dat niet aan de orde: pensioenen zijn in principe veilig, omdat het geld niet in een bedrijf zit. “Je hoeft niet te vrezen voor je pensioen in het kader van een faillissement van je werkgever, bijvoorbeeld. De pensioenen zitten immers bij pensioenuitvoerders, die er alles aan doen om deze hoog te laten zijn. Wat je zelf wel kunt doen: kijken of er extra fiscale ruimte is. Wellicht zit je niet op alle maxima die de fiscale ruimte je geeft. Stel dat in jouw dienstverband de premie bijvoorbeeld 23% is ten opzichte van 27% van de andere. Dan heb je nog 4% over waarmee je zelf iets kunt doen.Daar zijn dan weer aanbieders voor.”

Toekomst voor ZZP’ers

Heb je overigens geen vast dienstverband en werk je voor jezelf? Dan is er een, wat Lutjens betreft, positieve verandering op komst. “Er is het idee om pensioenfondsen de bevoegdheid te geven om producten open te stellen voor zelfstandigen, dat mag nu niet. De pensioenregeling is voor bepaalde beroepsbeoefenaars – zoals apothekers en huisartsen – verplicht gesteld, maar er is geen facilitair kader voor ZZP’ers in het algemeen. Mochten de fondsen die bevoegdheid wel krijgen, dan krijgen ZZP’ers makkelijker toegang tot pensioenproducten. Dat is absoluut een goede ontwikkeling,” sluit hij af.