-2.7 C
Antwerp
20 januari 2019

Alle wegen leiden naar de cloud
A
.

Uit het Prioriteitenonderzoek 2018 van Beltug blijkt dat veel IT-beslissers worstelen met de vraag hoe ze hun IT-architectuur vorm moeten geven. Tegenwoordig betekent dat in de praktijk vooral: welke plaats moet de cloud innemen in het bedrijf? Dat die plaats almaar groter en groter zal worden, lijkt echter een uitgemaakte zaak.

Cloud in een kast
Wat de cloud precies is, laat zich eenvoudig uitleggen met een analogie, zegt Edward Boute, hoofd van Google Cloud BeLux. “Vergelijk het met het elektriciteitsnetwerk. Vroeger had elk bedrijf ergens een elektrische generator staan om hun eigen stroom te maken. Nu komt dat uit de muur. Zo is het ook met de cloud. In plaats dat elk bedrijf zelf een server zet, komen de rekenkracht, de data en de software gewoon uit een kastje aan de muur. Dat is de cloud.”

Voordelig in verbruik
Die aanpak heeft heel wat voordelen: je moet niet investeren in apparatuur, in mensen om die apparatuur te beheren, in tijd om die apparatuur op te zetten, te beveiligen en te back-uppen. Bovendien: de kosten worden over miljoenen gebruikers wereldwijd verdeeld, wat het financieel interessant maakt. Je betaalt naargelang je ‘verbruik’ of met een abonnementsformule.

Aanpassen en proberen
“De cloud zorgt dat je time to market gewoon véél sneller verloopt”, zegt Klaus Formesyn, BeLux Country Software Leader bij IBM. “Dat is op zich al een sterk competitief voordeel: eer dat je zelf al die infrastructuur op poten hebt gezet, is een concurrent misschien al met de kaas van je brood gaan lopen. Je krijgt zo ook de kans om zaken te gaan uitproberen, de cloud is immers zeer schaalbaar. Heb je voor een bepaalde tijd wat meer serverkracht nodig, dan huur je die, on demand, simpelweg bij. Wil je wat terugschalen? Geen probleem, dat kan even goed.”

Rekenkracht, data en software die gewoon uit een kastje aan de muur komen, dat is de cloud Edward Boute

Zelfde security service
Ook qua beveiliging biedt de cloud-aanpak enkele niet te versmaden voordelen. Formesyn: “Wanneer je cloud-diensten afneemt, krijg je daar ook de veiligheidsdiensten bij. Voor je eigen installaties zal je eigen middelen moeten voorzien om je security te verzorgen. En aangezien dat een 24/7-oefening is, is dat meestal heel intensief. De technologie evolueert ook pijlsnel, je moet dat dus constant opvolgen. De security die voorzien is voor de cloud, is hetzelfde voor iedereen en is ook de meest geavanceerde. Het is dezelfde service voor American Airlines als voor een start-up of een KMO’tje.”

Geheimen van de cloud
De overstap naar de cloud is dus onontkoombaar. Zijn er misschien toch nog zaken die je beter niet in de wolk stopt? “Echte zware bedrijfsgeheimen zou ik nog gewoon bijhouden”, zegt Boute. “Die zou ik ook niet elektronisch bewaren, maar gewoon op papier in een kluis. Maar voor de rest? Ongeveer elke applicatie maakt tegenwoordig de overstap: e-mail, CRM, HR-toepassingen… Heel af en toe komen we nog wel eens oude legacy-installaties tegen die in prehistorische talen als Cobol geschreven zijn. Om die over te zetten, moeten ze vaak compleet herschreven worden. Een andere overweging is dat soms de bandbreedte nog niet voldoende is om naar de cloud te gaan. Dat zie je bijvoorbeeld bij filmproducties, waar met gigantische videobestanden wordt gewerkt. Maar ook daar is het een kwestie van tijd vooraleer de technologie dat wél mogelijk zal maken.”

Hybride aanpak
“Wij schatten dat momenteel gemiddeld ongeveer 20 procent van de workload in de cloud draait”, zegt Formesyn. “Dat betekent dat dat bij 80 procent nog niét zo is. Dat percentage zal voortdurend dalen. Ik denk dat we ook steeds meer naar hybride cloud-oplossingen zullen evolueren. Dat wil zeggen dat je een deel van het werk in een private cloud afhandelt, in je eigen datacenters. Een ander deel bij een publieke cloud provider. En nog een deel verdeeld over die twee. Op die manier kun je bijvoorbeeld ook AI-rekenkracht uit de publieke cloud toepassen op je eigen data. Zonder die zelf in de cloud te moeten zetten.”

Back-up
Ook Boute gelooft in die hybride aanpak. “Dat is ook mogelijk door de opkomst van open source-software”, zegt hij. “Die kun je overal draaien, op je eigen servers of in de cloud, maakt niet uit. Bovendien werk je zo ook redundant: zeer kritische toepassingen kun je in twee clouds laten draaien. Als er eentje onverhoopt uitvalt, heb je toch nog een tweede ter beschikking.”

 

Lees meer.

Rinse Tamsma: ‘Industrie 4.0, niets om bang voor te zijn’

De technologische ontwikkelingen gingen nog nooit zo snel. We spreken zelfs over een ‘vierde industriële revolutie’. Hoe zorgen we ervoor dat iedereen profiteert van de technologische vooruitgang?

Gezocht: mezelf

Vrijwel onmogelijk: iemand die perfect weet wat hij wilt en het zomaar eventjes allemaal gedaan krijgt. Weten waar je nu precies naartoe wilt in het leven blijft een voortdurende zoektocht. Gelukkig wel eentje die je niet per se alleen hoeft te maken.

Amai, m’n botten

In bomen klauteren, op springkastelen tuimelen en kruipen op alles dat wielen heeft: het was ongetwijfeld een mooi leven, dat wildebrassen toen je jong was. Op zich houdt niets je tegen om op latere leeftijd dezelfde stoten uit te halen, al dien je rekening te houden met een iets brozer bottengestel. Maar met enkele preventietips kun je het onstuimige kind in jou lustig in leven laten, al toom je hem/haar toch best wat in.

Innovaties? Eerst even langs het ‘living lab’

Al te vaak werden klanten in het verleden vooral gezien als mensen die producten kopen en minder als mensen die producten gebruiken. Nieuwe producten, bedacht op de tekentafel, waren misschien enorm vernieuwend maar minder gebruiksvriendelijk. Een praktische testfase was, bijvoorbeeld in het geval the Fliz (zoek maar op), niet overbodig geweest. Enter living labs.

Knippen en plakken met DNA

“Het zit in de genen”, zeggen we in de volksmond weleens. We bedoelen ermee dat we weinig aan onszelf kunnen veranderen. Een stelling die niet meer met de realiteit strookt. Dankzij gentherapie is het wel degelijk mogelijk om aan ons DNA te sleutelen. De grote vraag is: willen we dat wel?

Marieke Vervoort: ‘Hier kom ik opnieuw sterker uit’

Marieke Vervoort. Als we haar met één woord typeren, dan zou dat ‘doorzetter’ zijn. In 2000 kreeg ze te horen dat ze door het leven moest in een rolstoel, zeven jaar later stond ze aan de start van de Iron Man in Hawaï. Nog eens zeven jaar later sloeg het noodlot opnieuw toe.

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”