Het hoeft niet altijd Milaan, Parijs of New York te zijn. België heeft tal van mooie steden waar heel wat te beleven valt.Drie locals verklappen een geheim plekje dat het bezoeken waard is en vertellen waarom zij fier zijn op hun stad.

Christophe StienletFiere Maneblusser en acteur over Mechelen

Wat is voor jou het best bewaarde plekje in jouw stad?
“Voor mij is dat De Stripkever, een eigenzinnige stripwinkel die helemaal achterin het winkelcentrum Shopping Bruulcenter verstopt zit. Ik vraag me soms af hoe die winkel kan overleven? Als stripverzamelaar spring ik zo vaak mogelijk binnen. Het is echt een fantastische winkel waar je nog schatten kunt vinden. De eigenaar is ook een fijne man. Naast een stripwinkel is het ook een koffiebar en een galerij. Je kunt er dus meteen je vondsten lezen bij een kop koffie.”

Wat maakt jouw stad écht uniek?
“De afgelopen jaren is Mechelen heel hard veranderd. Van een vuile, lelijke en gevaarlijke stad is het veranderd in een ongelooflijk sympathieke, propere en mooie stad. Die transformatie is er gekomen onder het bestuur van Bart Somers, die vorig jaar de titel van beste burgemeester ter wereld kreeg. Een mooie en terechte prestatie, vind ik, zeker als je weet dat hij heeft gewonnen van steden zoals Keulen, Athene en Gdansk. Mechelen is een echte parel geworden. In de zomer vind je hier terrasjes waar je je midden in Spanje waant. En wij hebben ook nog altijd, als een van de weinige steden in Vlaanderen, een gratis openluchtfestival: Maanrock.”

Welk verkeerd stereotiep beeld van je stad zou je hier en nu willen weerleggen?
“Omdat Mechelen een grote Arabische gemeenschap heeft, wordt onze stad vaak vergeleken met Molenbeek. Maar in tegenstelling tot die gemeente gaat het samenleven met andere culturen en nationaliteiten hier in Mechelen heel erg goed. Ik weet niet hoe het komt, maar het werkt gewoon. Hier zijn geen rellen noch betogingen. Ik nodig iedereen uit om naar Mechelen te komen. Wie Mechelen bezoekt, is zo verkocht!”


Linda Van WaesbergeCreative consultant, styliste en personal shopper over Brussel

Wat is voor jou het best bewaarde plekje in jouw stad?
“Het best bewaarde geheime plekje in Brussel is niet echt geheim, maar toch heb ik de indruk dat veel mensen er nietsvermoedend voorbijlopen. Ik heb het over het prachtige parkje aan de Kleine Zavel: een mooie, kleine oase van rust en esthetiek. Het is zeker de moeite om er eens rond te wandelen, op een bankje te zitten en na te denken over het wel en wee van het leven. In de lente en de zomer ruikt het er heerlijk naar bloemen. Het parkje wordt goed onderhouden en sluit ’s avonds de poort om vandalisme en rommel te vermijden en dat werkt. Het is een heerlijke plek midden in de stad.”

Wat maakt jouw stad écht uniek?
“Voor mij is Brussel uniek door de mengelmoes van mensen, talen en buurten. Wie Brussel niet goed kent, kan een verkeerde indruk krijgen en denken: ‘Pffff… is het dat maar?’ Maar Brussel vraagt om ontdekt te worden. Je kunt van een saaie, lelijke straat plots in een prachtige groene buurt met mooie huizen belanden. Ook mensen die willen shoppen, moeten een beetje moeite doen. Het is hier niet zo gemakkelijk als bijvoorbeeld in Antwerpen met de Meir en de Nationalestraat. Afhankelijk van smaak en budget moet je naar de Dansaertbuurt, de Louiza- en Waterloolaan, het Kastelijnsplein, Sint-Jacobs of tot in Ukkel gaan. De rommelmarkt op het Vossenplein, de antiekmarkt op de Zavel, prachtige boekenwinkels zoals Tropismes en Passa Porta die op zondag open zijn, de parken, maar vooral de mensen maken van Brussel een unieke stad.”

Welk verkeerd stereotiep beeld van je stad zou je hier en nu willen weerleggen?
“Veel mensen denken dat Brussel gevaarlijk is, maar de stad is niet gevaarlijker dan eender welke andere plek in de wereld. Door het statuut van hoofdstad van het land en van Europa krijgt Brussel vanzelfsprekend veel meer aandacht en wordt elk voorval meestal aangedikt en uitvergroot. De wereld is hoe dan ook veranderd en in Brussel kan men al snel een onbehaaglijk gevoel krijgen door vuil dat niet snel genoeg opgeruimd geraakt of door een overvloed aan bedelaars, maar dat betekent niet dat het hier gevaarlijker is dan elders. Brussel blijft voor mij de boeiendste stad in het land!”


Nic BalthazarTelevisiemaker en filmregisseur over Gent

Wat is voor jou het best bewaarde plekje in jouw stad?
“Het grappige is dat Gent tot voor kort nog door Lonely Planet en veel andere internationale kranten en weekbladen ‘Europe’s best kept secret’ werd genoemd. Ondertussen is het geheim dus wel niet meer zo geheim. De resten van de Sint-Baafsabdij, die in de 7de eeuw gesticht werd om het heidense Ganda te bekeren, zijn best goed bewaard gebleven. Keizer Karel heeft de abdij destijds grotendeels tegen de vlakte gegooid om zijn Spanjaardkasteel te bouwen. Maar zelfs de overblijfselen zijn de moeite waard. De abdijkerk is zowaar opnieuw aan het verrijzen, helemaal in het groen. Met hagebeuken die groeien waar ooit de pijlers en dwarsbeuken van de kerk waren. Behoorlijk uniek om te zien en op amper twee minuten lopen van de Sint-Baafskathedraal.”

Wat maakt jouw stad écht uniek?
“Vroeger zou ik gezegd hebben dat de Gentenaars zo weinig chauvinistisch zijn. Maar dat is ondertussen wel een beetje veranderd. Gewoon omdat de stad ook zo veranderd is. Op 30 jaar tijd is ze van een grijs provincienest uitgegroeid tot een levende, bruisende, maar vooral ook warme stad. Ik hoop een beetje dat dat ons speciaal maakt. Niet de Graslei of het Lam Gods of het Belfort. Maar dat we warmer en opener met elkaar proberen om te gaan. Wat dat betreft, is het Gentse mobiliteitsplan een interessant experiment dat ons – hoop ik – nog unieker zal maken. Een stad waar we op de fiets en te voet elkaar met een glimlach in de ogen kijken, in plaats van in walmende auto’s boos naar elkaar te toeteren.”

Welk verkeerd stereotiep beeld van je stad zou je hier en nu willen weerleggen?
“Ik kan wel lachen met het beeld van de ‘bakfietsgentenaars’ die allemaal quinoa en tofu kauwen en kumbaya zingen in wijde hennepbroeken en zelfgebreide pulls van biowol. Maar het is wel duidelijk dat hier inderdaad iets aan de gang is. Dat er per inwoner meer vegetarische restaurants zijn dan in eender welke andere Westerse stad. Dat hier zoveel Freinetscholen zijn, biowinkels, zo gigantisch veel muziek-, theater- en danshuizen. En dat allemaal voor zo’n kleine stad. Iedereen mag met ons lachen, maar iedereen is ook welkom om te zien dat het hier niet eens zo onaangenaam is. Kom maar ne keer af, vree wijs maat!”