Almaar meer leasemaatschappijen bieden formules aan waarbij ze een auto combineren met een fiets of treinabonnement. Ook heel wat bedrijven en organisaties zijn hier vragende partij voor. Met dank aan de steeds langer wordende files.

“Multimodaliteit”. Zo heet de aanpak van veel leasemaatschappijen tegenwoordig. Hun klanten kunnen er niet alleen terecht voor een traditionele dieselauto, maar ook voor een (brom)fiets, een abonnement op de trein en het openbaar vervoer of eventueel een elektrische auto. De redenen zijn legio: minder tijdverspilling in de file, minder kosten – een fiets verbruikt geen brandstof – en een gezondere, gelukkige werknemer.

Bij het ziekenfonds Partena zijn momenteel 38 mensen in een fietsleaseprogramma gestapt. Elke werknemer kan meedoen, ongeacht zijn salarispakket. Het initiatief kwam er toen Partena zich opmaakte voor een verhuis. Die was aanvankelijk voorzien op een locatie met een zeer goede bereikbaarheid via openbaar vervoer. In laatste instantie moest er echter uitgeweken worden naar de Gentse Ghelamco Arena, die veel minder goed bediend wordt door trein en bus.

De bedoeling is niet om de auto te bannen, wel om de mensen te laten stilstaan bij hun verplaatsingsgedrag. “We willen geen patroniserend beleid”, zegt Tina Verstuyft, Manager Organisatie Ontwikkeling. “Wel willen we dat de mensen die kiezen voor een duurzame mobiliteit, dat bewust doen. Zo creëer je een veel groter draagvlak. Het is onze taak om iedere werknemer een kader te geven en zo de nodige keuzemogelijkheden te faciliteren.”

Het programma is een succes. Uit de praktijk blijkt alvast dat het fietsgebruik veel stabieler is dan het autogebruik. De meeste fietsers kiezen voor een 80/20-verdeling en komen vier van de vijf werkdagen met de fiets naar het Gentse kantoor van Partena. Hoewel ze makkelijk kunnen omschakelen naar een 50/50- of een 40/60-ritme, gebeurt dat nauwelijks.

Uiteindelijk gaat het er om hoe we in de toekomst het begrip arbeidstijd organiseren en invullen.

— Yves Stox

Toch zijn er ook kritische stemmen. “De leasemaatschappijen zijn inderdaad sterk aan het diversifiëren, maar ze doen dat natuurlijk niet alleen uit altruïsme”, zegt Nils Wuytens, researcher bij het Expertisecentrum Smart Mobility van de Antwerp Management School. “Dit is voor hen ook een manier om hun bedrijfswagens aantrekkelijker te maken zodat die markt blijft bestaan. Ik ben ook niet helemaal overtuigd dat het aantal auto’s hiermee gaat dalen. De meeste leasewagens worden voor veel meer gebruikt dan enkel woon-werkverkeer. Er wordt evengoed mee naar de supermarkt gereden door de echtgenote.”

Openbaar vervoer

Ook wat openbaar vervoer betreft, kan er nog veel verbeterd worden, meent Wuytens. “Het sleutelwoord is gebruiksgemak. Op dit moment biedt de auto nog veruit het grootste gebruiksgemak. Pas als het openbaar vervoer op dat vlak competitief is, kan het echt de concurrentie met de auto aangaan.”

Een manier om de competitiviteit van het openbaar vervoer te verhogen is door ‘Mobility-as-a-Service(MaaS). “Denk bijvoorbeeld aan een gecombineerd abonnement op trein, tram en metro met een deelfiets en een deelwagen, waarbij betalingen en reservaties geregeld worden vanuit een centrale app op je telefoon, zonder dat je moet gaan klooien met tickets. Dat is de toekomst.” Er wordt momenteel gewerkt aan het opzetten van verschillende MaaS-initiatieven.

Uiteindelijk zullen we de discussie zelfs breder moeten opentrekken dan enkel de auto en het vervoer, denkt Yves Stox, jurist bij Partena Professional. “Dit is meer dan enkel cash for cars of multimobiliteit”, zegt hij. “Het gaat er om hoe we in de toekomst het begrip arbeidstijd gaan organiseren en invullen. De grens tussen arbeid en privé wordt sowieso steeds vager, denk aan de hele discussie over wendbaar werk, glijdende roosters en telewerken.”

Flexibiliteit dus, niet alleen in het werk zelf, maar ook in de manier waarop men het werk uitvoert. Stox: “Ik denk dat we zullen evolueren naar een systeem met een basisloon plus een mobiliteitsbudget en een budget voor telewerken met onkostenvergoeding. En dat elke werkgever die globale aanpak zal moeten uitwerken.”